Fraude stopt niet aan een landsgrens. Het geld dat vanochtend in Sint-Niklaas van een rekening verdwijnt, passeert vandaag nog drie jurisdicties. De opsporing daarentegen blijft grotendeels nationaal georganiseerd.
Dat is precies waarom de Global Fraud Summit bestaat, georganiseerd door UNODC en INTERPOL. In maart 2026 was ik er met Mediavista bij, in Wenen.
Eerst tekenen, dan praten
In aanloop naar de top onderschreef ik met Mediavista het Global Public-Private Partnership Framework against Fraud, een initiatief van UNODC.
Dat framework benadrukt hoe belangrijk sterke samenwerking is tussen publieke en private partners om fraude beter te voorkomen en aan te pakken. De groeiende lijst van endorsements toont dat dit een gedeelde internationale verantwoordelijkheid is, en geen zaak van overheden alleen.
Voor een klein Belgisch bedrijf naast internationale instellingen en grote spelers staan, voelt bijzonder. Maar het is ook logisch. Preventie gebeurt zelden in een hoofdkwartier. Ze gebeurt in een klaslokaal, een dorpszaal, een keukentafelgesprek.
Een pledge met concrete doelstellingen
Samen met Tom Vazdar (Riskoria Advising and Professional Services) en Ayleen Charlotte (S.A.F.E. by Ayleen Charlotte) mocht ik op de top een pledge indienen: een duurzaam engagement met concrete doelstellingen om educatie en sensibilisering rond fraudepreventie vanuit onze eigen organisaties vooruit te helpen.
Dat is bewust geen intentieverklaring gebleven. Effectieve preventie vraagt niet enkel sterke institutionele antwoorden, maar ook volgehouden investering in publiek bewustzijn, weerbaarheid en educatie. Dat is het stuk dat het snelst sneuvelt wanneer budgetten krap worden, en net daarom moet je het vastleggen.
Wat ik meenam uit Wenen
Aanwezig zijn tussen excellenties, ministers, vertegenwoordigers van politiediensten, internationale organisaties en private partners was tegelijk nederig makend en bijzonder inspirerend.
Wat me opviel: het perspectief dat ik vanuit Mediavista breng, met een sterke focus op de online veiligheid van de meest kwetsbaren en een uitgesproken victim-centred aanpak, resoneert. Het draagt betekenisvol bij aan het bredere gesprek.
Dat versterkt mijn overtuiging. Kwetsbare groepen beschermen in een steeds digitalere samenleving vraagt niet enkel coördinatie en handhaving, maar ook preventiestrategieën die inclusief zijn, mensgericht, en verankerd in educatie.
Tijdens dezelfde week verscheen ook het UNODC Handbook on Effective Communication Practices for the Prevention of Organized Fraud, waaraan ik mocht bijdragen.
Een laatste halte bij de grondrechten
Als betekenisvol slotmoment van mijn verblijf in Wenen werd ik uitgenodigd voor een informeel gesprek bij het European Union Agency for Fundamental Rights.
Het was een waardevolle gelegenheid om meer te leren over het werk en het lopende onderzoek van het agentschap, en om mijn eigen ervaringen en inzichten rond online welzijn en cybercriminaliteit te delen. Mijn dank gaat naar Bob Rigo en Zuzanna Kowalska voor de uitnodiging en de betekenisvolle uitwisseling.
Ik ben oprecht dankbaar dat ik mijn missie naar het Europese niveau mag brengen, en kijk met belangstelling uit naar de resultaten van dat onderzoek.
Waarom dit ook voor Vlaanderen telt
Het risico van internationale toppen is dat ze op zichzelf blijven staan. Mooie foto’s, weinig gevolg.
Voor mij werkt het net andersom. Wat ik in Wenen hoor over gedragsmechanismen, over slachtofferbenadering en over publiek-private samenwerking, staat een week later in een presentatie voor een lokaal bestuur of een ouderavond. En wat ik hier zie gebeuren aan de keukentafel, neem ik mee terug.
Van de Global Fraud Summit naar een basisschool in België. Dat is geen contrast. Dat is de bedoeling.


